Gember

Gember vind ik zo’n fascinerend voedingsmiddel. Eigenlijk is het meer een medicijn dan een voedingsmiddel omdat het voor eindeloos veel kwalen kan worden ingezet. Gember is de wortel van de gemberplant en komt oorspronkelijk uit Azie. Al duizenden jaren wordt de gemberwortel veelvuldig gebruikt in de Chinese, Tibetaanse en Ayurvedische geneeskunde. Als ingrediënt is dit kruid niet weg te denken uit de Aziatische en Arabische keuken. Wie regelmatig gember eet werkt preventief aan zijn gezondheid.

Gember is enorm goed voor de spijsvertering en het verbranden van calorieën. Je haalt ook meer bouwstenen uit je voeding. Dat komt door de stof zingibain. Er is volgens onder andere Deens onderzoek geen stof op aarde die zulke krachtige eiwitverterende enzymen bevat dan de zingibain.

Gember is zuiverend en pijnstillend. Het werkt antiseptisch, slijmoplossend, ontspannend, stimulerend, ontgiftigend, ademverfrissend, is goed tegen griep, verkoudheid, slijmvliesontsteking, vermoeidheid, hoge bloeddruk, bloedstolsels, hoofdpijn, migraine, misselijkheid, koorts, darmklachten, diarree, menstruatiepijn, impotentie.
Verder is het een uitstekende bron van magnesium, mangaan, kalium, koper en vitamine B6. Het bevat actieve en krachtige antioxidanten zoals polyfenolen. En: onderzoek wijst uit dat gember ook kankerbestrijdende eigenschappen heeft!
Als dit geen superfood is!
Je kunt gember in gerechten gebruiken zoals soepen, stoofschotels en gebak, maar je kunt er ook makkelijk thee van maken. Hoe? Snijd een centimeter gember af en verwijder de schil. Snijd het in kleine stukjes, doe het in een mok en giet er kokend water overheen. Laat minimaal 5 minuten trekken. Je kunt er een schepje honing bij doen voor als je de scherpe smaak te pittig vindt. Het is niet alleen lekker en verwarmend, maar je krijgt er ook meteen een oppepper van.